woensdag 7 december 2016

Scheve kerstboom



Kerstbomen met kluit worden in november met honderdduizenden tegelijk uit de grond gestoken en stuk voor stuk in een pot gegooid. In de volle grond staan alle bomen keurig rechtop, maar door het uitspitten en oppotten staan ze vaak min of meer scheef. 
Er is bij de kerstbomenkwekers geen tijd om de boom perfect rechtop in de pot te zetten. Dus staan er altijd een hoop boompjes niet helemaal kaarsrecht in hun pot. Soms staan ze zelfs gewoon echt scheef. 
Nu worden die bomen massaal op karren gezet, in vrachtwagens gesjouwd , getransporteerd, van de karren afgehaald op het tuincentrum en door veel kerstbomenkopers bekeken en vergeleken. 
Het is een wonder als je een kerstboom in pot tegenkomt die perfect kaarsrecht staat. 
En toch is dat de meest gehoorde opmerking: “Het is wel een mooi boompje, maar hij staat scheef!”
Het verbaast me altijd weer dat als mensen moeten kiezen uit een mooie boom die scheef staat en een minder mooie boom die recht staat, dat dan de mooie, scheve boom blijft staan.
De oplossing is echt kinderlijk eenvoudig: druk de boom gewoon recht, pot hem eventueel opnieuw op, zet hem desnoods gewoon in een mand en doe onder de pot een houtje of zoiets opdat de boom recht staat. Het stelt echt niets voor.
Geef bomen met kluit gewoon water, de kluit, hoe groot of hoe klein die ook is, is bedoeld om water op te nemen, zodat de boom langer fris en groen blijft. 
Over het nut, de zin en onzin van die kluit heb ik verleden week al een stukje geschreven.



Vogels in de tuin




Vandaag heb ik een zwartkop in de tuin gesignaleerd. 
Best wel bijzonder, want de meeste zwartkoppen trekken in de winter naar warmer oorden. Vogels in de tuin zijn niet alleen leuk om naar te kijken, ze kunnen ook heel nuttig zijn. 
Veel vogels eten nu dan misschien wel zaden en vet, in de lente en zomer eten ze allerlei insecten. Niet alleen om hun eigen honger te stillen, maar ook dat van hun jongen. Beroemd in dit opzicht zijn de koolmezen, die hun jongen grootbrengen met onder andere bladluizen en rupsjes. 
De lijster is dol op huisjesslakken, de spreeuw is verzot op emelten (de gazonvretende larven van de langpootmug) en ga zo nog maar een tijdje door. 
Sommige vogels doen ook wel wat schade in de tuin, zoals de bewierookte huismus die er genoegen in schept om je ontspruitende peultjes te onthoofden en op te peuzelen, maar nuttig zijn ze desalniettemin.
Wil je meer vogels in je tuin dan zal je ze moeten lokken. 
Met het voeren van vogels lok je er natuurlijk een hoop, maar als je tuin van schutting tot schutting betegeld is, zullen ze zich niet op hun gemak voelen en zeker niet in je tuin blijven.
Ook met broedhokjes lok je vogels naar je tuin, maar beschutting van bomen, struiken en hagen geeft de allergrootste kans dat ze ook in je tuin blijven.

Ik heb zelf bijvoorbeeld flinke Taxus hagen in mijn tuin staan. 
Die geven zomer en winter bescherming tegen de sperwer die wel eens een vogeltje komt oogsten uit de tuin. 
Er zitten altijd veel mussen in, die slapen en broeden onder mijn dakpannen. 
In de herfst stropen merels en lijsters de hagen af op zoek naar de bessen. 
Het is koddig om te zien hoe de Vlaamse gaai eikels in de haag probeert te verstoppen. Kauwtjes en eksters verstoppen er walnoten in. 
Ik kan dus regelmatig walnoten, die naar beneden gevallen zijn, rapen naast mijn taxushaag.
Vogels brengen leven in de brouwerij en zijn je vrienden in de strijd tegen insecten die je liever niet aan je planten ziet zuigen en knagen. 
Help ze de winter door.
De foto is wat wazig, maar het is echt een zwartkop.

Oude fruitrassen



Er bestaan van elke fruitsoort enorm veel rassen.

Als voorbeeld wil ik het vandaag hebben over oude appelrassen.

De appels die je tegenwoordig in de winkel koopt, stammen allemaal af van de wilde appel. Die geeft kleine, wrange vruchtjes. In de loop van vele eeuwen is daarin geselecteerd en is er een hoop gekruist. 
Langzaam maar zeker kwamen er appelrassen die steeds beter te "pruimen" waren. 
De laatste twee eeuwen is het hard gegaan met de introductie van nieuwe rassen. 
De rassen die echter in de negentiende eeuw op de markt kwamen zijn tegenwoordig bekend als oude appelrassen. Denk daarbij aan de sterappel (rond 1830), de notarisappel (rond 1890) de ‘Groningen Kroon’ (rond 1875) en de ‘Zoete Ermgaard’ die al in 1864 vermeld wordt.

Waarom zie je deze rassen tegenwoordig nauwelijks meer en waarom worden ze niet meer geplant? Dat heeft te maken met het feit dat deze rassen wat productiviteit, ziektegevoeligheid en vooral wat smaak betreft ingehaald zijn door modernere rassen. 
De sterappels zet je vooral uit nostalgische overwegingen in je tuin. 
De appeltjes zien er hartstikke decoratief uit, het vruchtvlees is prachtig mooi rood aangelopen, maar de meeste mensen zullen de appel uitspugen als ze er een hap van nemen. 
Vroeger was alles beter, zeggen ze wel eens, maar die vlieger gaat niet op voor de appels. Er zijn mensen die vroeger van hun opa een stukje sterappel kregen die hij met zijn eigen handen speciaal voor jou geplukt en geschild had. 
Natuurlijk smaakte die appel heerlijk en in je gedachten werd die smaak elk jaar een beetje beter. 
Wees gewaarschuwd, mocht je door jeugdsentiment overvallen een sterappel in je eigen tuin planten, de herinnering aan vroeger is om zeep als je met tranen van ontroering een hapje uit die appel neemt.

Natuurlijk zijn er oude rassen die nog prima voldoen. 
De bekende ‘Golden Delicious’ die ook alweer in 1880 op de markt kwam, is nog steeds een prima ras wat ook nog eens heel makkelijk te kweken is. 
Veel mensen vinden de smaak van dit ras maar zozo. 
Dat komt omdat ze altijd groen, dus onrijp geplukt worden. 
Kweek ze zelf en laat ze rijp worden aan de boom. Heerlijk van smaak.

Niet alle moderne rassen zijn trouwens beter dan de oude rassen. 
Wie kent nog de ‘Gloster’ uit 1969 of de ‘Roda Mantet’ uit 1965? 
Mooie appels, maar niet lekker.
Op de foto een rode Mantet uit eigen tuin. 
Als je er een hap uitneemt, is het of je een hap uit een zak meel neemt. 
Alleen als ze net wel, net niet rijp zijn, zijn ze te eten.

Ik heb zelf een hoogstam appel in de tuin staan van het ras ‘Oude Wijven’. 
Die heet officieel ‘Snelappel’, maar ik vindt het leuk om in de herfst te zeggen dat mijn appelboom vol hangt met oude wijven. 
Waarom de boom zo heet durf ik niet te zeggen, de appels zijn niet lekker, maar mijn oude wijven appelmoes smaakt uitstekend.

Leuk om te vermelden is dat ik op mijn ‘Oude Wijven’ appelboom andere rassen aan het enten ben, de rode Mantet is daar ėėn van. 
Ik heb er ook vogellijm op gezaaid, meer bekend als mistletoe.


Mijn eerste rode Mantet


Emmers vol "ouwe wijven"


Nordmansparren en de varkenscyclus

Toen ik dertig jaar geleden voor het eerst kerstbomen ging verkopen, verkochten we veel gezaagde fijnsparren, een flinke hoeveelheid fijnsparren met kluit, die we zelf nog in potten planten, al wat Servische sparren (toen niemand nog wist waar Servië lag) ook nog wat blauwsparren en heel erg exclusief, een paar Nordmansparren. 
Die waren nog zo exclusief dat ze, voor die tijd, bijna niet te betalen waren.
Toch werden die bomen graag gekocht, ze waren mooi van naald en kleur, ze prikten niet en ze vielen niet of nauwelijks uit. Omdat de belangstelling elk jaar steeg en omdat de boom kwekers een goede prijs voor de nordmanspar konden krijgen waren er in Duitsland, Ierland en Denemarken een hoop mensen met flinke stukken grond die allemaal tegelijkertijd het heldere idee kregen om Nordmansparren te gaan kweken.
Nu moet je weten dat het ongeveer 7 jaar duurt vanaf het planten, vooraleer een Nordmanspar groot genoeg is om om te zagen en te verhandelen. Dus wat gebeurde 7 jaar nadat iedereen het zelfde heldere idee kreeg: de markt werd overspoeld met nordmannen. En wat gebeurt er als er ergens heel veel van is: de prijs stort in. Leuk voor de particulier, maar een hoop kerstbomen kwekers stopten met hun nordmansparren. De bomen werden weer schaars en duur, de kwekers gingen weer planten, er kwam weer een overschot. Nou je begrijpt wel dat de prijzen van de Nordmanspar nogal kunnen schommelen. Je weet nu hoe dat komt.
“Maar Peter, wat heeft dat nu met de varkenscyclus te maken?”

Een aantal jaren geleden, toen we nog veel varkensvlees aten, werden er veel varkens vet gemest als de prijs van het varkensvlees steeg. Zoals je nu wel begrijpt zakte de prijs als al de varkens vet waren, enzovoorts, enzovoorts. Dat noemt men de varkenscyclus, vandaar.

Hydrangea Macophylla --GROOT en klein--



Van de boerenhortensia, Hydrangea macrophylla, bestaan een paar honderd verschillende variëteiten.  
Het verschil zit hem niet alleen in de vorm en grootte van de bloem, maar ook in de uiteindelijke hoogte van de plant. Er zijn rassen die met een beetje geduld en goede wil, bijna 2 meter hoog kunnen worden, maar er zijn ook variëteiten die met moeite 70 cm hoog kunnen worden.
Veel mensen weten dat helemaal niet en denken dat alle boerenhortensia’s even hoog worden. 
Bij de aanschaf van de plant wordt dus helemaal niet op de uiteindelijke hoogte gelet met als gevolg dat een veel gestelde vraag is : “Hoe moet ik mijn boerenhortensia snoeien? 
Hij is veel te groot geworden!”.
Handiger had het geweest als je bij aanschaf van de plant, bedenkt hoe breed of hoog de plant mag worden op het plekje wat je hem had toebedacht. 
Koop dan een plant die die hoogte wordt en niet hoger
Heb je weinig ruimte, of heb je een plekje waar je een kleine boerenhortensia wilt hebben, kies dan voor de dwerghortensia. 
Eėn van de allerkleinste is ‘Pia’, die slechts 60-70 cm hoog wordt. Bloeit rijk met rose bolvormige bloemen. De kleinste witte heet ‘Ave Maria’. 
‘Purple Dwarf’ bloeit blauw op zure grond met voldoende aluminiumionen in de grond, op andere grondsoorten bloeit ze rose.
Omdat deze hortensia’s zo klein blijven is snoeien niet nodig. 
Ik vind het trouwens leuk om te melden dat ik in samenspraak met een kwekerij waar ik al 30 jaar mijn hortensia’s koop een aantal jaren geleden een zogenaamde dwerghortensia lijn opgezet heb. 
Ze worden verkocht onder de naam ‘Little Hydrangea’. 
Het eerste jaar was het direct al een succes, nu kweekt de kwekerij er al vele tienduizenden en worden de planten over heel Europa verkocht. 
Dat maakt mij toch een beetje trots.

vrijdag 2 december 2016

Water geven in de winter

In de winter hoef je je tuin geen water te geven. 
Alleen als je groenblijvende planten in pot hebt staan, zal je vinger aan de pols moeten houden. 
Groenblijvende planten gaan in de wintermaanden gewoon door met het verdampen van water. 
Als het in die periode een tijdje droog is, met mooi weer, kan het zijn dat je buxusbolletje bij de voordeur staat te verdrogen. Je moet je groenblijvende planten in pot dus gewoon water blijven geven. 
In de zomer gaat het verdampen van water veel sneller en zal er ook vaker water moeten worden gegeven. In de winter zal het minder vaak nodig zijn, maar het blijft nodig.
Hoe herken je nu een plant die dorst heeft? Het naar de grond kijken geeft soms een indicatie, maar de bovenlaag kan er soms erg droog uitzien, terwijl het dieper in de pot nog nat zat is. 
Een beetje grond opzij graven geeft vaak een betere inzicht in de vochttoestand van de aarde. 
Het is handiger om je plant te leren kennen en haar goed te observeren. 
In de zomer is een droge plant makkelijk te herkennen aan slappe blaadjes, topjes of bloemen, in de winter is het wat lastiger. 
Veel groenblijvende planten hebben glimmend groen blad dat doffer van kleur wordt als de plant dorst heeft. Niet te dof laten worden, verdroogd is verdroogd.
Je kunt soms aan het gewicht van de pot herkennen of de plant droog staat. Dan moet je de pot wel kunnen tillen en dat ook regelmatig doen om te weten hoe zwaar die is als de grond voldoende vochtig is.

Onthoudt dat er meer planten dood gaan door te veel water dan door te weinig water. 
De pot moet goed afwateren en in de wintermaanden zou ik een paar latjes of steentjes of speciale pootjes onder de pot zetten, zodat een te veel aan regenwater of te enthousiast gegeven gietwater makkelijk weg kan lopen.

donderdag 1 december 2016

Kerstboom op een kruis.

Vroeger, toen de kerstboom een week voor Kerst binnen werd gezet, werd er wel een houten kruis onder de boom geslagen om hem overeind te houden. 
Sinds de boom opgetuigd wordt als Sinterklaas zijn biezen gepakt heeft, kan dat natuurlijk niet meer. Toch is er elk jaar vraag naar houten kruizen. 
“Slaan jullie er even een kruisje onder?” is een vraag die mij vaak gesteld wordt.
Dat doen we niet. Dat zou hetzelfde zijn als dat wij je adviseren een bosje snijbloemen in een vaas zonder water te zetten. 
De kerstboom droogt veel te snel uit. 
De nordmanspar kan dan wel redelijk naaldvast zijn, een totaal verdroogde spar met doffe, kromme naalden is geen gezicht. 
Zorg dus dat je je kerstboom op de een of andere manier water kunt geven.

Net als bij een bosje snijbloemen waar je, vlak voordat je ze thuis in het water zet, een stukje van de stengel afknipt of snijdt, zo zaag je vlak voordat je de kerstboom in de standaard zet een dun schijfje van de stam af. 
Dat afsnijden of afzagen doe je om de ingedroogde houtvaten, die het water in de plant transporteren, weer open te krijgen. Het heeft weinig zin om de bloemen al op het tuincentrum aan te laten snijden en zo heeft het ook weinig zin om het schijfje door ons af te laten zagen. 
Tegen de tijd dat je thuis bent en de boom op gaat zetten, zijn die vers geopende houtvaten al weer ingedroogd.

Het valt mij trouwens op dat heel veel mensen zeggen dat ze thuis niet zo’n handige zaag hebben om van de kerstboom dat plakje af te zagen. 
Misschien een leuk idee voor een Sinterklaas- of een Kerstcadeau?