donderdag 24 november 2016

Clerodendrum bungei


Pindakaasliefhebbers opgelet! 
Kun je niet genoeg krijgen van de geur van pindakaas, plant dan een pindakaasplant in je tuin. Er bestaan veel Clerodendrums, maar er zijn er eigenlijk maar twee die in ons land geschikt zijn als winterharde struiken.   
De meest bekende is de Clerodendrum trichotomum fargesii, maar ik wil het vandaag hebben over de Clerodendrum bungei.   

Dat is een heester met gebruiksaanwijzing.

Ze bloeit namelijk het mooist en ze krijgt het mooiste en grootste blad als je de hele plant in de lente helemaal boven de grond afknipt. 
Eigenlijk net als je in de lente je Phlox-en, je riddersporen en je pioenrozen afknipt. Bij de Clerodendrum leven de takken nog die je wegneemt, dat lijkt zonde, maar vertrouw me, het komt goed. 
In korte tijd komen er nieuwe scheuten uit de grond met mooi blad. 
In de zomer zitten er fraaie, geurende bloemen in en in de herfst hele bijzondere vruchten. Als de bestuivende insecten hun best hebben gedaan en als het weer goed was.


Grappig is dat bij mij in de tuin de plant het in de volle schaduw geweldig doet, terwijl de plant het volgens alle boeken het beste in de zon zou doen.

Minder grappig zullen een aantal mensen het vinden dat de plant niet netjes op zijn plek blijft staan en graag je tuin wil ontdekken. Fijn is dat de ongewenste scheuten zich heel makkelijk uit laten trekken. Het is een kleine moeite voor een groot plezier.


Het nadeel van het winterseizoen is dat heel veel planten die ik de komende maanden ga beschrijven er op dit moment niet mooi uitzien, veel planten zijn tenslotte bladverliezend. We hebben de planten op dat moment wel staan (bij Intratuin Numansdorp), maar zien er dus niet zo uit als op de foto’s. 







woensdag 23 november 2016

Lavatera



Nog een plant die van goed doorlatende grond houdt is de Lavatera. 
Heel veel mensen zijn dol op de Lavatera, omdat het een plant is die in ėėn jaar uitgroeit tot een flinke struik die ook nog eens maandenlang kan bloeien. 
Er zijn Lavatera’s met witte, wit met rose en diverse tinten rose bloemen.   
Tegenwoordig hebben wij ook nog een vrij nieuwe selectie, die met lilablauwe bloemen bloeit. 
Een kleurdoorbraak bij de Lavatera, want eerder was de kleur blauw alleen bij zijn nichtje, de Malva te vinden. 
Ongetwijfeld heeft die blauwe Malva er iets mee te maken dat er tegenwoordig dus ook een bijna blauwe Lavatera is.

Over alle soorten en variëteiten Lavatera zal ik het van de lente wel eens hebben, het is niet verstandig om die nu te planten.

Wat ik wel even wil bespreken is de winterhardheid van de Lavatera. 
Die is namelijk prima, als de plant op goed doorlatende grond staat. 
Lavatera groeit van nature op zanderige, rotsachtige, slecht watervasthoudende grond. Daar is de plant helemaal op ingesteld. 
Lavatera is bijvoorbeeld zacht behaard, zowel blad als stengel voelen zacht aan door die haartjes. 
Die haartjes zijn ook weer een aanpassing aan droge omstandigheden. 
Net als de geur van lavendel en rozemarijn, voorkomen de haartjes op blad en tak de verdamping van water. 
Plant je een Lavatera dus op een bodem die te lang nat blijft of slecht afwatert, dan zal de plant daar in de groeimaanden niet zo’n last van hebben. 
Ze groeit hard en verdampt veel. 
Staat ze in de winter min of meer werkeloos met haar voeten in te natte grond, dan rotten de wortels weg. 
In de lente is de plant dood. 
Het lijkt weer of ze bevroren is, maar ze is verrot. 
Zo krijg je de praatjes in de wereld dat de plant niet goed winterhard is. 

Mijn schoonouders hebben 12 jaar van een Lavatera genoten. 
De plant stond op het zuiden op zeer goed doorlatende grond. 
Zij is niet doodgegaan, mijn schoonvader heeft haar gerooid omdat ze te groot werd.






Lavendel



Om nog door te gaan over goed doorlatende grond. 
Eėn van de planten die van goed doorlatende grond houdt is lavendel. 
Waar zie je heel veel mooie lavendel groeien en bloeien? In de Provence in Frankrijk. 
Als je daar langs zo’n mooi bloeiend veld rijdt en je zou stoppen om de boel eens van dichtbij te bekijken, dan zal je je verbazen over de grond.   
Zulke slechte grond zal je in ons land waarschijnlijk niet vinden. 
Het lijkt wel gemalen rots (wat het feitelijk ook is). Toch staat de lavendel er vrolijk bij. 
Als je aan die lavendel zou vragen of ze het naar haar zin heeft, zal ze waarschijnlijk ontkennend antwoorden. 
Maar omdat de lavendel moeite moet doen om aan haar water en voedingsstoffen te komen groeit ze compact, bloeit ze rijk en geurt ze sterk.

Wist je trouwens dat veel planten met aromatisch loof niet geuren om ons een plezier te doen maar dat die geur veroorzaakt wordt door vluchtige oliën waarmee de plant zich omgeeft. 
Door die mantel van vluchtige oliën wordt het verdampen van water via de blaadjes verminderd, zodat de plant minder water nodig heeft. 
Planten als rozemarijn, tijm en lavendel geuren dus om zichzelf in leven te houden. 
Wij maken daar dankbaar gebruik van in de keuken.

Een veel gestelde vraag is: “Hoe moet ik mijn lavendel snoeien?”   
Als je er nu voor zou zorgen dat de plant heel compact groeit, hoef je haar al veel minder te snoeien. 
Op rijke grond, zoals goede kleigrond, heeft de plant het zo naar haar zin, dat ze veel te hard groeit en er vaak na 2 of 3 jaar niet mooi meer uitziet. 
Of je nu snoeit of niet. 
Je moet op goede grond dus proberen die grond uit de Provence na te bootsen. 
Je moet de grond dus niet verbeteren met potgrond, maar verslechteren met brekerzand of Japans split. 
Je moet dus als het een tijdje droog is, niet de tuinslang bij je lavendelplanten leggen. Meestal is ėėn keer water geven bij het planten voldoende. 
Je moet ook niet proberen een lavendelperk aan te leggen in de schaduw. 
Ze moeten bakken in de zon. (Ik schrijf hier steeds dat je iets moet, nu ben ik niet zo voor het woord moeten, maar ik bedoel: ik adviseer je dringend.)
Plant ook nooit lavendel vlak voor de winter. 
Laat de kans op bevriezen of verrotten maar op de kwekerij liggen. 
Wij verkopen in het najaar dus ook geen lavendel.      


                                                     

zondag 20 november 2016

Doorlatende grond



Goed doorlatende grond is een begrip dat vaak gebruikt wordt. 
Ook door ons, maar wat wil dat nou eigenlijk zeggen en waar is het goed voor.
Je hebt, alleen in ons land al, verschillende soorten grond. 
Kleigrond, veen, zandgrond en löss zijn de meest voorkomende. 
Van deze vier bestaan heel veel mengvormen. 
Kleigrond kan meer of minder zand bevatten, de grootte van de zandkorrels kan variëren, 
zand kan meer of minder organisch materiaal bevatten, er kunnen veenlagen op klei of zandlagen liggen en omgekeerd.
Wat voor grond je ook hebt, je kunt snel controleren of ze goed of slecht doorlatend is. 
Gooi je een emmer water leeg op één plek. Trekt het water direct de grond in dan is ze goed doorlatend, blijft er lang een plas water staan dan is ze slecht doorlatend.
Dat doorlatende wordt veroorzaakt door hele kleine ruimtes, gaatjes en kanaaltjes die tussen de gronddeeltjes zitten. Hier zit normaal gesproken lucht met zuurstof waar de wortels en de bodemorganismen dankbaar gebruik van maken. 
Als het flink regent kan het water via deze gaatjes en kanaaltjes snel wegzakken.
Stel nu eens dat je slecht doorlatende grond hebt en het heeft een tijdlang flink geregend , dan kun je je wel voorstellen dat de grond verzadigd raakt met water en dat de lucht uit de grond wordt verdrongen. Wortels van planten snakken dan naar zuurstof en het bodemleven heeft het ook niet naar de zin. Veel planten die van nature op doorlatende grond leven, zullen het slecht naar de zin hebben. Ze zullen kwarren of afsterven.
Ook in de wintermaanden, waarin normaal gesproken veel water valt, zullen planten die van nature op goed doorlatende grond groeien wegrotten. 
De plant loopt in de lente natuurlijk niet meer uit en veel mensen denken dan dat die plant niet goed winterhard is, wat vaak flauwekul is, de plant is dan wel winterhard, 
maar houdt gewoon niet van natte voeten.
Kunnen we het die planten dan naar de zin maken? Ja, heel simpel door de grond beter doorlatend te maken. Hoe je dat voor elkaar krijgt? Door veel grof zand of fijn split door de grond heen te mengen. En niet door de bovenste 10 cm, maar door de bovenste 40 tot 50 cm. Voor sommige planten zelfs nog dieper. 
Dus geen handje zand bij een plantje, maar een emmer vol of een kruiwagen. 
Voor veel planten is het beter te investeren in de grond (in geld en energie in de vorm van spitten, graven en mengen) dan in de plant zelf.

Kruisbestuiving en zelfbestuiving



De natuur is en blijft boeiend. 
Veel planten bloeien met bloemen die mannelijk en vrouwelijk tegelijk zijn. 
In ėėn bloem zitten mannelijke meeldraden die stuifmeel afgeven en een stempel die het stuifmeel ontvangt. Als de bloem bestoven is, vindt via een interessant proces, na een tijdje de bevruchting plaats en kunnen de zaden zich gaan ontwikkelen. 
Sommige planten zijn in meerdere of mindere mate niet ontvankelijk voor hun eigen stuifmeel. Die planten hebben liever stuifmeel van een andere plant van hetzelfde soort. 
Dit wil de plant omdat de plant met genen van een andere soortgenoot een grote kans heeft op nakomelingen die net iets anders zijn. 
Ze kunnen beter aangepast zijn aan veranderde omstandigheden. 
Stel, het is op een bepaalde plaats droger geworden, dan kan het zijn dat één van de nakomelingen daar door bepaalde nieuw geërfde eigenschappen tegen kan, de andere zaailingen verdrogen. 
De soort blijft toch bestaan. Dit soort planten wil dus graag kruisbestuiving, een term die je in de fruitteelt veel tegenkomt.
Andere planten zijn zeer tevreden met zichzelf en hoeven niet zo nodig stuifmeel van een soortgenoot. Ze produceren zaad na bestuiving en bevruchting met hun eigen stuifmeel. Dit soort planten noemt men zelfbestuivend. Ook een term die je in de fruitteelt veel hoort.
In de fruitteelt komt het trouwens ook voor dat bepaalde rassen onvruchtbaar stuifmeel hebben. De goudrenet is er zo eentje. (Wist je trouwens dat die officieel Schone van Boskoop heet?). De goudrenet heeft dus onvruchtbaar stuifmeel en moet dus bestoven worden door een ander appelras. Het stuifmeel van de goudrenet heeft dus ook geen nut als bestuiver van andere appelrassen.
In de fruitteelt komt het tenslotte ook nog voor dat er vruchten gevormd worden zonder dat er bestuiving en bevruchting plaats gevonden hebben. 
Parthenocarpie heet dat. 
Bijvoorbeeld bij de Conference peer komt dat voor. Deze parthenocarpe peer is te herkennen aan het feit dat ze geen zaden heeft in het klokhuis.