zondag 18 december 2016

Bloembollen planten in december?



Bloembollen die in de lente bloeien, worden normaal gesproken in augustus tot en met december geplant. 
Sneeuwklokjes en hondstand zijn twee voorbeelden van bolletjes die heel snel, dus het liefst in augustus al geplant moeten worden. 
Zijn die te lang boven de grond, dan drogen ze uit en zie je ze in de lente niet boven de grond komen. 
Tulpen kunnen veel langer geplant worden. 
Soms is het zelfs beter om die niet te vroeg te planten. 
Tulpen zijn gevoelig voor koude en natte grond, ze rotten dan makkelijk weg, aangetast door schimmels. 
Het is dus helemaal niet raar om tulpen pas in december te planten. 
Ook in januari kun je ze nog planten, alleen loop je dan het risico dat ze een paar weken later gaan bloeien, maar echt een nadeel wil ik dat niet noemen.
Het echte nadeel van laat planten is dat het assortiment steeds kleiner wordt. 
De meeste winkels stoppen eind november met het inkopen van bollen, wij vormen daarop geen uitzondering, en dan is het op is op.
Voordeel van laat planten zou kunnen zijn dat rond deze tijd van het jaar de bloembollen in de aanbieding gaan, ook daarop vormen wij geen uitzondering. 
Dus zoek je nog een leuk Kerstcadeautje dan kun je nu je slag slaan.
Ik wil nog even een lans breken voor de zogenaamde lasagnebeplanting. 
Dat is geen culinaire bloembollen toepassing, maar het in lagen planten van diverse soorten bloembollen. Je plant bloembollen normaal gesproken op een diepte die afhankelijk is van de hoogte van de bol. Als gulden regel wordt aangehouden dat een bloembol zo diep geplant wordt, dat er twee keer de hoogte van de bloembol aan grond boven komt. 
Dus voor een tulpenbol van 6 cm hoogte, graaf je een gaatje van 18 cm diep, zodat er 12 cm grond boven de bol komt. Een krokus van 2 cm komt dus 6 cm diep te zitten. 
Zo kun je dus diverse bloembolletjes van diverse formaten boven elkaar planten op ėėn plek in de border of in een bloempot.
Zo krijg je dus op ėėn plek een aantal keer bloemen. 
We hebben er kant en klare pakketjes voor die nu zeer gunstig van prijs zijn.
foto is van augustus, dus we hebben deze bollen niet allemaal meer hangen.


donderdag 15 december 2016

De Kerstroos



Elke kerstroos is een Helleborus, maar niet elke Helleborus is een kerstroos
Eigenlijk is maar ėėn plant die kerstroos genoemd wordt en dat is de Helleborus niger.
Dan is het nog grappig om te vermelden dat deze Helleborus niger meestal helemaal niet met Kerstmis bloeit. 
Ze werden vaak door kwekers zo gemanipuleerd dat ze met Kerst in bloei stonden. 
De Helleborus niger is dan misschien wel de bekendste Helleborus, maar het is ook de zwakste. 
Het tientallen jaren vermenigvuldigen door scheuren heeft naast de plant ook veel ziekteverwekkers vermeerderd. 
De echte originele kerstroos is zo zwak geworden dat wij ze niet meer verkopen bij Intratuin Numansdorp. 
Gelukkig hebben een aantal Engelse en Nederlandse kwekers zich het lot van deze plant aangetrokken en zijn gaan kruisen met andere soorten en hebben goed geselecteerd in nieuwe gezonde zaailingen. 
De laatste jaren zijn er diverse nieuwe en gezonde selecties op de markt gekomen. Sommige zijn echte volbloed Helleborus niger, andere hebben vers bloed van onder andere Helleborus corsicus en Helleborus sternii meegekregen. 
Het resultaat is een keur aan fraaie rassen met witte, groenwitte en rosegroene bloemen. Het leuke is dat sommige soorten, zonder enige vorm manipulatie rond de Kerst al staan te bloeien. 
Dus kom gerust een keertje kijken naar de mogelijkheden.
Nog even iets over de wensen van deze planten: ze houden niet van arme zandgrond. Voedzame grond wordt zeer gewaardeerd. 
Dus hier op de kleigrond doen ze het uitstekend. 
Probeer bij het planten wat compost en/of potgrond door het plantgat te mengen. 
Mocht je toch op arme zandgrond tuinieren, dan is het een kwestie van heel veel compost en/of potgrond door het plantgat te mengen en dat elk jaar een beetje aan te vullen door het rondom de plant te strooien.



woensdag 14 december 2016

Beestjes



Weet je wat ik zie als ik aan ‘t tuinieren ben? 
Allemaal beestjes, allemaal beestjes, om mij heen!
Tuinieren gaat niet alleen over planten, maar zeker over beestjes. 
Er zijn in de tuin heel veel beestjes en dan heb ik het niet alleen over bladluizen en slakken, maar ook over vlinders en motten, wormen en duizendpoten, mieren en pissebedden, trips en cicaden, kevers en torren enzovoorts. 
Laten we daar blij mee zijn, want al deze beestjes zijn voedsel voor elkaar en voor vogels en zoogdieren als de spitsmuis en de egel. 
Al die beestjes horen er gewoon bij. 
Veel van al die krioelende diertjes helpen trouwens mee met de vertering van afgestorven plantendelen. Ze zijn onderdeel van het ecosysteem van je tuin.

De tijd dat de gifspuit werd gegrepen bij het ontwaren van welk insect dan ook, ligt gelukkig bijna achter ons. Toch zijn er nog steeds mensen die min of meer in paniek raken als ze een gaatje in een blaadje ontwaren. Geeft niet, laat maar gaan. 
Planten zijn meestal wel bestand tegen wat vreterij .  
Er zijn bijvoorbeeld een aantal spinselmotten waarvan de rupsjes in een nest van spinseldraden leven.   
Die nesten kom je in de zomer wel eens tegen in meidoorn struiken en kardinaalsmutsstruiken. 
Die planten kunnen tot op het laatste groene blaadje opgevreten worden. Toch zal de plant er nooit aan dood gaan. 
Ook de kruisbes kan door de rupsjes van de kruisbesbladwesp geheel kaal gevreten worden. 
Het kan zijn dat de oogst van kruisbessen tegen zal vallen, maar de plant zelf heeft er geen merkbare last van. Het is vaak de eigenaar van de plant die er meer last van heeft. 
Hij of zij wil geen hapjes uit of gaatjes in de blaadjes. 
Leer er mee leven. 
Planten die altijd aangevreten worden hebben het gewoon niet naar hun zin in jouw tuin. Rooi ze of verplant ze, maar blijf je er niet aan ergeren. 
Plant iets anders.

zondag 11 december 2016

Skimmia--GROOT en klein--



Skimmia’s zijn groenblijvende planten waarbij de bloemknoppen een grotere sierwaarde hebben dan de bloemen zelf. 
Je hebt vrouwelijke planten, die bessen geven en mannelijke planten.
Bij de mannelijke planten hebben de bloemknoppen dus de grootste sierwaarde. 
Sinds jaar en dag is de Skimmia japonica ‘Rubella’ de meest bekende en verkochte man. 
(Er zijn tegenwoordige mooiere en betere selecties, kom maar eens een keertje kijken) Deze heeft mooie rode bloemknoppen. 
De laatste 10 jaar zit er flink beweging in het assortiment en zijn er ook mannelijke planten met groenwitte en meer rose bloemknoppen op de markt. 
Het is ook handig dat er wat selecties in de handel zijn gekomen die een stuk kleiner blijven dan de ‘Rubella’. 
Die kan namelijk meer dan een meter hoog en breed worden. 
Op sommige plekken is dat te groot en zijn selecties zoals ‘Godries Dwarf’ en ‘Marlot’ meer op hun plaats. 
Beide worden niet veel hoger dan 50 cm. 
Van de ‘Marlot’ zijn ook twee bontbladige selecties in omloop: ‘Mystic Marlot’ met zilverbont  blad en ‘Magic Marlot’ met goudbont blad. 
Skimmia’s geven zeven of acht maanden kleur met hun knoppen en geurende bloemen. 
Na de bloei zijn ze gewoon groen en dan kan dat bonte blad net dat extra in de tuin geven.
Onthoudt dat de Skimmia liever tussen 12.00 en 15.00 uur, niet in de volle zon  staat en dat ze graag wat zuurdere, losse grond hebben. 
Op vette kleigrond is het dus zaak om flink wat tuinplantengrond of potgrond door het plant gat te mengen. 
Gebruik geen tuinaarde en/of tuinturf, Ik heb eerder al uitgelegd waarom.
Skimmia 'Mystic Marlot'

'Mystic Marlot' en 'White dwarf'

''Rubella'

Mistletoe



Vogellijm is een halfparasiet die op diverse bomen gevonden kan worden. 
Je ziet ze, als je ze al ziet, veel op eiken, populieren en appelbomen. 
Vogellijm is een plant die met zijn wortels in takken van deze planten groeit en daar voedingsstoffen op kan nemen. Omdat vogellijm zelf, zomer en winter, groene bladeren heeft, kan de plant ook zelf voedingsstoffen produceren. 
De gastheer heeft over het algemeen geen last van de vogellijm.

Zeker in de wintermaanden, als de gastheer zijn blad heeft laten vallen, valt de vogellijm erg op. 
Er worden diverse magische krachten aan de vogellijm toegedicht. 
Wie de Asterix en Obelix boeken wel eens gelezen heeft, weet wat ik er mee bedoel.

Het elkaar moeten of mogen kussen onder een bosje vogellijm of mistletoe is nog zo’n bijzonder gebruik.

Het is leuk om vogellijm in je eigen appelboom te zaaien, populieren en eiken zie je niet zoveel in de gemiddelde tuin.   
Ik heb dat een aantal jaren geprobeerd met zaadjes die in de witte besjes zitten van vogellijm die vaak rond de kerst aangeboden worden. Zonder enige vorm van succes.

Tot ik hoorde dat de zaden rond de kerstdagen nog helemaal niet rijp zijn. Dat zijn ze pas ergens in februari. Op een winterdag vond ik op de grond onder een hoge populier diverse geelwitte besjes van grote vogellijm planten die in de toppen groeiden. 
De zaadjes waren wat groenig van kleur geworden. Ik heb ze thuis op diverse plekken op mijn hoogstam appel gesmeerd. Ze bleven plakken met een soort plakkerig spul waar de plant zijn naam aan te danken heeft. 
Of ze met die lijm vroeger vogeltjes vingen of dat vogellijm zo heet omdat de vogeltjes de zaden niet van hun bek of andere lichaamsdelen af kregen, durf ik niet met zekerheid te zeggen. 
Ik weet wel dat je met zaaien van vogellijm heel erg veel geduld moet hebben.

Het eerste jaar kwamen er twee hechtworteltjes met een soort zuignapjes uit het zaadje, 
die zich aan de tak hechtten. 
Het volgende jaar werden er twee piepkleine blaadjes gevormd en dit jaar een takje met twee grote blaadjes. 
Voordat dat een grote bol van 50 cm doorsnede is, zijn we waarschijnlijk heel wat jaren verder. 
Het kan mij niet schelen, ik heb een appelboom met mistletoe.